De meeste wijn wordt gekocht door mensen die voor een schap staan, een etiket herkennen of een prijs zien, en doorlopen. Dat is geen gebrek aan interesse. Het is vijftig flessen, weinig tijd, en niemand in de buurt om iets aan te vragen.
De meeste prompts waar ik over schrijf gaan uit van een gesprek dat je thuis voert. Deze gaat over de twee minuten waarin het er werkelijk toe doet.
Wat je wilt
Foto van het schap, één fles eruit, met een reden die je snapt. Geen lijstje, geen wijnjargon, en niets over flessen die er niet staan.
Het lastige is dat een foto van een schap slecht leesbaar is. Etiketten staan scheef, de helft valt weg achter een prijskaartje, en de letters die het model wel ziet lijken op honderd andere namen. Dat is precies het soort situatie waarin een model gaat aanvullen.
De prompt
Dit is een foto van een schap in de supermarkt.
Noem eerst alleen de flessen waarvan je het etiket echt kunt lezen.
Twijfel je over een naam, laat hem dan weg. Niet raden.
Kies daarna één fles uit die lijst. Ik eet [gerecht] en wil rond [bedrag]
uitgeven. Zeg waarom die fles en waarom niet de fles ernaast.
Als er niets bruikbaars leesbaar is, zeg dat, en zeg wat ik moet fotograferen.
De volgorde is het hele recept. Eerst lezen, dan pas kiezen. Vraag je meteen om een keuze, dan wordt lezen en kiezen één stap, en dan is er geen moment waarop het model kan toegeven dat het iets niet ziet.
Ontleed
Splits waarnemen en oordelen. Dit is dezelfde volgorde als bij het proeven zelf: eerst kijken, dan pas woorden. Voor een model geldt hij nog sterker, want het heeft geen enkele rem om over een onleesbaar etiket toch iets te zeggen.
Geef een uitweg. “Als er niets leesbaar is, zeg dat” klinkt overbodig en is de belangrijkste regel van de vier. Zonder uitweg is het antwoord altijd een fles, ook als de foto onbruikbaar is.
Vraag naar de fles ernaast. Een keuze zonder alternatief is geen keuze. Door te vragen waarom niet de buurman, dwing je een vergelijking af, en die vergelijking is het enige stuk van het antwoord waar je echt iets van leert.
Waar het misgaat, en waaraan je het ziet
Drie dingen zijn te verwachten, en ze zijn alledrie herkenbaar zonder dat je de wijn kent.
Namen die net niet bestaan. Een half zichtbaar etiket levert een naam op die klinkt als een producent en het net niet is. Controleer altijd één naam uit de lijst tegen wat er op je foto staat. Klopt die niet, dan klopt de rest ook niet.
De verkeerde prijs. Bij een schap hoort het prijskaartje bij het vak, niet bij de fles die iemand er terugzette. Een model koppelt wat er visueel bij elkaar staat. Vraag daarom de prijs erbij te noemen, dan zie je meteen of de koppeling ergens verschoven is.
Een keuze uit iets wat niet leesbaar was. Dit is de gevaarlijkste. Als de eerste stap een korte lijst oplevert en de keuze valt op een fles die daar niet in stond, heeft het model de twee stappen samengevoegd. Dan begin je opnieuw met een scherpere foto.
Kanttekening
Een supermarktschap is niet neutraal. Wat op ooghoogte staat, staat daar omdat iemand ervoor betaald heeft, en een foto van dat schap geeft die keuze door aan het model alsof het de wereld is. Je vraagt dus niet “wat is de beste wijn”, je vraagt “wat is het beste uit deze inkoop”.
Let ook op de mensen op je foto. In een winkel loopt altijd iemand door je beeld, en die heeft niet gevraagd om in een prompt te belanden. Wacht even, of fotografeer van dichtbij.
En de derde: dit maakt kopen makkelijker, en makkelijker kopen is niet het doel. Een regel die de moeite waard is: laat het model vragen of je vandaag wel wijn nodig hebt. Dat is een vervelende vraag voor het schap en ongeveer de nuttigste die er is.
Zelf doen
Dit is een foto van [wat je fotografeerde].
Noem eerst alleen wat je met zekerheid kunt lezen. Twijfel je, laat het weg.
Niet raden.
Kies daarna één [ding] uit die lijst voor [jouw situatie en budget].
Zeg waarom dat en waarom niet degene ernaast.
Is er niets bruikbaars leesbaar, zeg dat, en zeg wat ik moet fotograferen.
Kleine oefening: fotografeer een schap dat je goed kent en kijk of het model iets noemt dat er niet staat. Bij een onderwerp waar jij de antwoorden van weet, zie je in dertig seconden hoeveel je aan de rest kunt hebben.
