Veel mensen die voor het eerst met Claude werken, doen hetzelfde: ze typen een vraag zoals ze die aan Google zouden stellen, krijgen een matig antwoord, en concluderen dat het tegenvalt. Het ligt zelden aan het model. Het ligt bijna altijd aan de opdracht.
Een prompt is geen zoekopdracht. Het is meer een briefing, zoals je die aan een nieuwe stagiair zou geven. Een goede stagiair die niets van jouw situatie weet, kan prachtig werk leveren, maar alleen als je vertelt wat je wilt, waarom, en in welke vorm. Geef je te weinig mee, dan moet hij gokken. En sinds Sonnet 5 gokt het model minder. Dat is precies waarom dit een goed moment is om te beginnen.
Waarom letterlijker juist goed nieuws is
Sonnet 5 volgt je instructies preciezer dan eerdere versies. Het vult minder zelf in. Voor een ervaren gebruiker is dat soms even wennen, want de vage prompts die vroeger toch wel werkten, werken nu minder goed.
Voor een beginner is het juist een geschenk. Je hoeft geen trucjes te leren om het model jouw bedoeling te laten raden. Je zegt wat je wilt, en je krijgt dat. Krijg je iets anders dan je in je hoofd had, dan weet je meteen waar het aan ligt: je opdracht was niet duidelijk genoeg. Dat is een fout die je zelf kunt oplossen, en daar word je elke keer beter in.
De drie onderdelen van een goede opdracht
Bijna elke goede prompt heeft drie dingen in zich: een doel, context, en een vorm.
Het doel is wat je wilt dat er gebeurt. Niet “iets over offertes”, maar “schrijf een offerte”. Wees concreet over de taak zelf.
De context is alles wat het model moet weten om het goed te doen. Voor wie is het? Wat is de situatie? Wat moet er absoluut wel of niet in? Dit is het onderdeel dat beginners het vaakst overslaan, en het is meestal het verschil tussen een bruikbaar en een nutteloos antwoord.
De vorm is hoe het antwoord eruit moet zien. Een lijstje of lopende tekst? Lang of kort? Formeel of informeel? Sinds Sonnet 5 bepaalt zelf hoe lang een antwoord wordt als je niets zegt, dus als je een voorkeur hebt, benoem die.
Fout versus goed
Een paar voorbeelden maken het concreet.
Fout: “Schrijf een mail naar een klant.”
Dit kan alle kanten op. Welke klant, waarover, in welke toon? Je krijgt iets algemeens terug dat je alsnog helemaal moet herschrijven.
Goed: “Schrijf een korte, vriendelijke mail aan een klant die zijn factuur nog niet heeft betaald. Het is twee weken over de vervaldatum. Ik wil niet streng overkomen, het is een goede klant. Vraag of er iets aan de hand is en herinner vriendelijk aan het openstaande bedrag. Maximaal acht zinnen, in het Nederlands, met je.”
Het tweede voorbeeld heeft een doel (mail schrijven), context (goede klant, twee weken te laat, niet streng), en een vorm (kort, Nederlands, met je). Je krijgt iets terug dat je vrijwel meteen kunt versturen.
Nog een:
Fout: “Help me met mijn planning.”
Goed: “Ik ben zzp’er en heb deze week vijf klussen en twee deadlines. Help me een dagindeling maken voor maandag tot en met vrijdag. Ik werk het best in de ochtend, dus zet het zware werk daar. Geef het terug als een schema per dag.”
Vijf beginner-prompts die altijd werken
Deze vijf kun je vandaag nog gebruiken. Pas de details aan je eigen situatie aan.
1. Uitleggen. “Leg [onderwerp] uit alsof ik er niets van weet. Gebruik gewone taal en een voorbeeld uit het dagelijks leven.”
2. Korter maken. “Maak deze tekst de helft korter zonder dat de kern verdwijnt. Hou de toon hetzelfde.” (Plak daarna je tekst.)
3. Verbeteren. “Kijk deze tekst na op spelfouten en onhandige zinnen. Verander niets aan de inhoud of mijn toon, verbeter alleen wat echt fout of onduidelijk is.”
4. Brainstormen. “Geef me tien ideeën voor [onderwerp]. Hou ze kort, één regel per idee. Het mogen ook gekke ideeën zijn, ik filter daarna zelf.”
5. Tegendenken. “Ik overweeg om [beslissing]. Speel even advocaat van de duivel: wat zijn de redenen om het niet te doen?”
Dat laatste is misschien wel de meest onderschatte. Veel mensen gebruiken Claude alleen om iets te bevestigen. Vragen om tegengas levert vaak meer op.
Eén ding om in je achterhoofd te houden
Het model gokt minder dan vroeger, maar het controleert niet of iets wáár is. Het klinkt overtuigend, ook als het ernaast zit. Lees het antwoord dus altijd zelf na voordat je het gebruikt, zeker bij feiten, cijfers en namen. En let op wat je erin plakt: gooi geen klantgegevens of vertrouwelijke informatie in een chat zonder dat je weet waar die belandt. De makkelijkste regel is dat jij verantwoordelijk blijft voor wat je verstuurt, niet de tool.
De volgende stap
Begin klein. Pak een echte taak van vandaag, schrijf een prompt met een doel, context en vorm, en kijk wat eruit komt. Niet goed genoeg? Pas je opdracht aan in plaats van het bij één poging te laten. Dat heen en weer is geen falen, het is precies hoe je leert.
Als dit begint te lopen, wil je waarschijnlijk meer. In het volgende deel ga ik dieper in op de knoppen die Sonnet 5 je geeft: hoe hard het werkt, hoe lang het antwoordt, en hoe je het zijn eigen werk laat controleren.
Lees verder in deel 3: haal meer uit Sonnet 5.
