Promten met Claude Sonnet 5: wat je moet weten
Tips & tricks·5 min·13 juli 2026·Promten met Claude Sonnet 5 — Deel 1 van 4

Promten met Claude Sonnet 5: wat je moet weten

Een tijdje geleden merkte ik dat een prompt die maandenlang prima werkte, ineens een ander soort antwoord gaf. Niet slechter, wel anders. Korter waar ik uitgebreid gewend was, en preciezer op wat ik letterlijk had gevraagd. Het bleek geen toeval. Onder de motorkap was het model veranderd: Claude Sonnet 5 had Sonnet 4.6 vervangen als standaard.

Als je Claude gebruikt voor je werk, privé of zakelijk, is het de moeite waard om te weten wat er anders is. Niet omdat je oude prompts ineens stuk zijn, die blijven werken, maar omdat je met een paar kleine aanpassingen merkbaar betere antwoorden krijgt. Dit eerste deel van de reeks zet de drie belangrijkste veranderingen op een rij. De delen daarna gaan dieper, van beginner tot power user.

Wat Sonnet 5 is

Sonnet 5 is het middenmodel van Anthropic. Sneller en goedkoper dan het zwaarste model, Opus 4.8, maar inmiddels zo goed dat het op lastige taken dicht tegen dat zware model aan komt. Voor het dagelijkse werk is het vanaf nu de logische keuze. Het zit in het gratis plan, in Pro, en het is de standaard in Claude Code.

Voor de meeste mensen is dat genoeg om te weten. Interessanter is wat het betekent voor de manier waarop je het aanstuurt.

Verandering 1: het denkt nu standaard mee

Bij de vorige versie moest je soms expliciet vragen of Claude eerst even goed wilde nadenken voordat het antwoordde. Dat heette extended thinking, en je zette het zelf aan.

Bij Sonnet 5 is dat verdwenen. Het model schakelt nu zelf een denkstap in wanneer een vraag daarom vraagt, en slaat die over bij iets simpels. Adaptive thinking heet dat. Je hoeft er niets voor te doen. Sterker nog, als je de oude handmatige denk-instructie nog probeert mee te geven, krijg je een foutmelding. Het is er gewoon niet meer.

In de praktijk betekent dit dat je je geen zorgen meer hoeft te maken over of het model wel diep genoeg nadenkt. Dat regelt het zelf, op basis van de vraag die je stelt.

Verandering 2: het luistert letterlijker

Dit is de verandering die je waarschijnlijk het snelst zult voelen. Sonnet 5 volgt je instructies preciezer op dan zijn voorganger. Het vult minder zelf in en het raadt minder wat je verder nog bedoelde.

Dat klinkt als een detail, maar het verschuift hoe je een prompt schrijft. Vroeger kon je een beetje vaag zijn en hopen dat het model je bedoeling oppikte. Nu krijg je precies wat er staat. Vraag je om “een korte samenvatting”, dan krijg je iets korts, ook als je eigenlijk drie alinea’s in gedachten had. Het goede nieuws: dit maakt het juist makkelijker. Als je krijgt wat je vraagt, weet je dat een teleurstellend antwoord aan je prompt ligt, niet aan een gok van het model. Je hebt de knoppen weer zelf in handen.

Verandering 3: je kiest zelf hoe hard het werkt

Sonnet 5 heeft een instelling die effort heet, oftewel hoeveel moeite het model in een taak steekt. Er zijn vijf standen, van low tot max, met high als standaard.

Het idee is simpel. Een snelle, simpele klus zet je op een lage stand, dan gaat het sneller en kost het minder. Een ingewikkeld probleem zet je hoger, dan neemt het meer tijd om te redeneren. De hoogste standen bewaar je voor de uitzonderingen waar je echt geen fout wilt maken. Voor wie wil vergelijken: Sonnet 5 op de middenstand presteert ongeveer als de vorige versie op zijn hoogste stand. Je krijgt dus meer, voor minder.

Hoe je die standen praktisch inzet, komt later in de reeks uitgebreid aan bod.

Eén kanttekening

Letterlijker volgen heeft ook een keerzijde. Een model dat precies doet wat je zegt, doet ook precies je fout mee als je opdracht niet klopt. De verantwoordelijkheid voor wat eruit komt blijft bij jou, niet bij het model. En bedenk dat je met dit alles afhankelijk wordt van één aanbieder: hoe handiger het wordt, hoe meer van je werk eraan vastzit. Dat is geen reden om het niet te gebruiken, wel om het bewust te doen.

Wat je hierna leest

Dat zijn de drie grote dingen: het denkt zelf mee, het luistert letterlijker, en je stuurt zelf hoe hard het werkt. De rest van deze reeks vertaalt dat naar je eigen werk.

In deel 2 begin ik bij nul, voor wie nog nooit echt heeft geprompt. De opbouw van een goede opdracht, met voorbeelden van fout en goed, en vijf prompts die altijd werken. In deel 3 ga ik een laag dieper: effort levels in de praktijk, sturen op lengte, en je oude prompts bijwerken. In deel 4 sluit ik af met de aanpak van de mensen die het zwaarst gebruiken.

Je hoeft niet alles te lezen. Pak het deel dat bij je past. Maar als je net begint, is het volgende stuk de plek om te starten.

Lees verder in deel 2: zo geef je Claude Sonnet 5 goede opdrachten.