SPARKONE
innovatie 8 mei 2026 5 min lezen

Mijn brein bakt niet

Onderzoek noemt AI brain fry een nieuwe werknemerscrisis. Met ADHD en een conceptueel brein voel ik er niets van. Waarom mijn cognitie nu pas op zijn plek valt.

AI ADHD cognitie Novum brain fry neurodivergentie
Mijn brein bakt niet

* AI-gegenereerde afbeelding

Vier tabs open op mijn laptop. Eén Claude Code agent draait een refactor op mijn Astro-site. Een tweede gesprek loopt met een collega bij Novum die wil weten waarom haar AI-experiment vastloopt. Mijn telefoon trilt: spraaknotitie van vanmorgen tijdens het hardlopen, iets over Champagne Egly-Ouriet voor een blog die ik nog wil schrijven. Op de achtergrond een agent die mijn mail probeert te triëren.

Volgens recent onderzoek zou dit precies het moment moeten zijn waarop mijn brein breekt. Het tegenovergestelde gebeurt.

Volgens onderzoek van Boston Consulting Group, in maart van dit jaar gepubliceerd in de Harvard Business Review, zou ik nu mentale mist moeten voelen. Een buzzing in mijn hoofd. Hoofdpijn, beslissingsmoeheid, het soort vermoeidheid waar je voor van je computer wegloopt. De onderzoekers ondervroegen 1.488 werknemers. Veertien procent rapporteert symptomen van wat ze ‘AI brain fry’ noemen: mentale vermoeidheid die ontstaat als de interactie met AI je cognitieve capaciteit overstijgt. In marketing loopt dat op naar 26 procent. Eén op de vier marketers verbrandt op dit moment zijn brein.

Maar ik voel het van AI niet. Niet vandaag, niet deze week, niet sinds ik AI structureel in mijn werk integreerde. Niet omdat mijn brein zo’n koele machine is — eerder het tegenovergestelde. Die buzzing ken ik al mijn hele leven. Mijn hersenen warmden altijd al op van wat ze tegelijk deden. AI heeft daar niets bovenop gelegd.

Dat is een rare zin om op te schrijven, want elk artikel dat de afgelopen maanden over brain fry verscheen suggereert dat ik er niet aan ontkom. Te veel tools tegelijk. Te veel oversight op halve, half te vertrouwen output. De BCG-data zegt dat productiviteit piekt bij drie AI-systemen en daarna instort. Vier of meer is de afgrond. Ik zit daar ruim boven, dagelijks. En toch.

Het zit hem in drie dingen.

Acceptatie, niet verzet

Het eerste is dat mijn brein nooit ordentelijk heeft gewerkt. ADHD-diagnose, lang geleden. Wat de BCG-onderzoekers beschrijven als pathologisch is voor mij ongeveer dinsdagochtend. Tien tabbladen in mijn hoofd. Twee over hetzelfde onderwerp, met andere invalshoeken. Eén die nergens bij hoort, maar die ineens een verband legt waar ik vier dagen op zat te broeden. Multitasken zonder schakelkosten? Die heb ik niet. De schakelkosten zijn mijn dagelijkse modus, niet een uitzondering.

Het verschil met tien jaar geleden zit in acceptatie. Dat klinkt zacht. Het is het tegenovergestelde. Vroeger ging mijn meeste energie zitten in de weerstand: ik wilde niet voelen wat ik voelde, niet anders zijn dan de rest, niet die hete kop hebben aan het eind van de middag. Die weerstand kost meer dan het brein zelf. Twee processors die tegen elkaar in werken in plaats van naast elkaar.

Acceptatie kwam langzaam, via inzichten waar ik later op terugkom. Het betekent niet dat de buzzing weg is. Het betekent dat ik er niet meer tegenvecht. Ik werk met wat er is. Vroeger probeerde ik mijn brein in een lineair gareel te dwingen, een mooi GTD-schema bouwen, falen op donderdag, schaamte op vrijdag, weekend in de min. Dat doe ik niet meer. Wat de BCG-respondenten beschrijven als een buzzing van te veel input is voor mij gewoon de geluidsband van denken — alleen niet langer met een tweede stem eroverheen die zegt dat het anders zou moeten.

Conceptuele brei

Het tweede is wat ik mijn conceptuele brei noem. Conceptueel denken niet als LinkedIn-competentie, maar als breiwerk: verbanden ontstaan door draden kruislings door elkaar te trekken, nooit door ordelijke kolommen. Ik begin altijd bij het patroon, nooit bij het detail. Geef me vier rapporten en ik weet binnen tien minuten welke vraag ze allemaal proberen te beantwoorden, ook al beantwoorden ze hem allemaal anders. Dat is geen kunst. Dat is hoe het brein werkt. Een stappenplan op volgorde uitschrijven kost me veel meer moeite dan de strategie erachter formuleren.

Brain fry, zoals BCG het beschrijft, is een crisis van detailbeheer. Honderden kleine beslissingen per dag over of de output van een AI klopt, of hij past, of hij niet hallucineert. Voor iemand die opgeleid is om eerst details te checken en dan pas naar het geheel te kijken, is dat moordend. Mijn brein doet het andersom. Ik check eerst of het patroon klopt. Past de structuur bij wat ik vroeg? Ja? Dan kan ik de details snel scannen. Nee? Dan gooi ik het weg en herformuleer ik de prompt. Geen drama, geen mentale schuldenberg.

Werken in onzekerheid

Het derde is waar ik nu sta. Innovation Designer bij Novum, het innovatielab van SVB. Mijn werk is bewegen in onzekerheid, kijken naar systemen die we nog niet kennen en daar betekenis uit halen. Een AI-agent die zelfstandig een halfproduct aflevert is voor mij een experimenteel artefact, geen bron van paniek. Ik ben gewend om te beoordelen wat eraan klopt en te beslissen wat het volgende experiment wordt. Dat is geen zen-houding. Het is een vak.

Wat dit voor anderen betekent

En toch moet ik hier eerlijk zijn. Wat voor mij geen brain fry oplevert, levert het wel op voor anderen. Bij Novum zie ik het, bij overheidscollega’s, bij mensen met een goed lineair brein die grondig zijn opgeleid in zorgvuldigheid. Zij krijgen vier AI-streams op hun bordje en hun brein doet wat het altijd heeft gedaan: alles checken, alles op detailniveau valideren, alles netjes maken. Daar gaat het stuk. Zij doen niets verkeerd. Het werk dat AI nu produceert staat haaks op hoe hun expertise is opgebouwd.

De BCG-conclusie is dat organisaties moeten herontwerpen hoe AI in werkprocessen zit. Minder tools, minder oversight, meer batchen, minder real-time monitoring. Allemaal waar. Maar er ontbreekt iets in dat verhaal. Brain fry is niet alleen een ontwerpprobleem van werkstromen. Het is een mismatch tussen het type cognitie dat we als professioneel ideaal hebben opgewaardeerd, en het type werk dat AI nu mogelijk maakt.

De afgelopen dertig jaar bouwden we kantoren rond mensen die goed zijn in detailwerk, in afmaken volgens vaste volgorde, in nauwgezet controleren. ADHD was iets om te verbergen. Conceptueel denken was iets voor managers en strategen, niet voor de uitvoering. Nu komt er een technologie die dat detailwerk overneemt en die juist mensen vraagt die patronen lezen voordat ze de losse stappen begrijpen. Mijn brein zat dertig jaar in de verkeerde kantoorinrichting. Nu past het ineens.

Dat is geen overwinning. Het is een ironie.