De motor heeft nog geen vijftien pk. De sloep past op een aanhanger. De Westeinderplas bij Aalsmeer is niet de Atlantische Oceaan. En toch: zodra we het water op draaien, zet iets in mijn hoofd uit.
Ik ben geen doorgewinterde sloepvaarder. Ik leer nog. Maar de aantrekkingskracht van het water heeft niets te maken met expertise. Het heeft te maken met het simpele feit dat je op het water niet thuis kunt werken.
Geen agenda
Er is geen agenda op het water. Geen vergadering die begint over tien minuten, geen melding die toch urgent blijkt. Het enige wat telt, is wind, stroming, en de vraag of er straks regen komt.
De Westeinderplas is een plassenmeer in de Amstelland-regio, even buiten Aalsmeer. Niet spectaculair, maar mooi op een stille manier. Riet aan de oevers. Soms een reiger die eruitziet alsof hij al de hele dag wacht op niets bijzonders. Af en toe een roeiboot. De meeste tijd bijna niemand.
Langzaam kijken
Ik kijk anders op het water. In de stad zie ik veel maar echt kijken doe ik weinig. Op het water is er minder te zien, dus kijk ik beter. De reflectie van bewolking in het water. De manier waarop riet beweegt in wind die je op het gezicht nog niet voelt.
Dat langzame kijken is hetzelfde als bij wijn, als bij fotografie. Ik begin te denken dat het een persoonlijkheidstrek is, geen hobby.
De sloep
De sloep die ik aan het onderzoeken ben, een Primeur 615 Tender, is klein genoeg om op een aanhanger te zetten en groot genoeg om met twee mensen op uit te gaan. Dat is precies wat ik wil. Niet een boot om mee te pronken. Een boot om weg te komen.
Zo nu en dan een middag op het water. Dat is genoeg.