SPARKONE
innovatie 8 april 2026 3 min lezen

Open innovatie werkt niet vanzelf

Esther Gons vertelde me hoe open innovatie bij grote organisaties structureel vastloopt. Ik herkende elk woord.

open innovatie overheid novum svb innovatiemanagement
Open innovatie werkt niet vanzelf

* AI-gegenereerde afbeelding

Esther Gons heeft het woord “samenwerking” waarschijnlijk al duizend keer gehoord in vergaderzalen. En evenzoveel keer gezien hoe het in de praktijk anders uitpakte.

Ze is een van de meest directe denkers over open innovatie die ik de afgelopen jaren heb gesproken. Niet omdat ze optimistisch is — dat is ze niet per se — maar omdat ze precies benoemt waar het misgaat. Dat gesprek voor de podcast van Novum haalde iets naar boven wat ik al langer met me meedraag.

Wat open innovatie belooft

Open innovatie is de gedachte dat je als organisatie niet alle kennis intern hoeft te ontwikkelen. Je werkt samen met startups, kennisinstellingen, andere overheden. Je deelt problemen, en soms ook oplossingen.

Bij Novum, het innovatielab van SVB, is dat dagelijkse praktijk. We halen expertise binnen die we zelf niet hebben. We werken met partijen van buiten aan vraagstukken die intern vastliepen. En toch herken ik precies wat Esther beschrijft: de momenten waarop samenwerking stopt op interne logica.

De structuur die vertraagt

De overheid is geen gewone organisatie. Ze opereert in een juridisch kader dat innovatie structureel vertraagt. Ze legt verantwoording af aan ministeries, aan de politiek, aan burgers. Dat is niet iets om omheen te werken. Dat is de context.

Open innovatie bij de overheid betekent daardoor altijd schipperen. Je wilt snelheid, maar het systeem vraagt zorgvuldigheid. Je wilt experimenteren, maar falen heeft andere consequenties dan in een startup. Je wilt externe kennis binnenhalen, maar aanbestedingsregels bepalen hoe.

Dat is geen reden om het niet te doen. Wel een reden om realistisch te zijn over wat “open” betekent in een overheidscontext.

Absorptiecapaciteit

Esther noemde iets wat me bijblijft: open innovatie mislukt het vaakst niet door een gebrek aan ideeën, maar door een gebrek aan absorptiecapaciteit. De organisatie kan de externe input niet verwerken. Niet omdat ze niet wil. Maar omdat de interne structuren er niet op gebouwd zijn.

Dat herken ik. Novum bestaat om die capaciteit te bouwen. Maar het blijft een constante spanning: hoe innoveer je in een omgeving die gebouwd is op voorspelbaarheid?

In de praktijk betekent dat: klein beginnen, laten zien wat werkt, dan pas opschalen. Geen grote programma’s die bovenstrooms worden goedgekeurd maar onderstrooms doodlopen. Kleine bewegingen die intern vertrouwen opbouwen.

Wat het vraagt

Ik heb geen sluitend antwoord op de vraag hoe je dit goed doet. Wat ik wel weet: open innovatie werkt alleen als de organisatie bereid is tijdelijk oncomfortabel te zijn. Dat vraagt leiderschap, niet alleen een innovatieafdeling.

De gesprekken die het meest opleveren zijn die waarbij iemand van buiten iets benoemt wat intern nooit wordt gezegd. Dat schuurt. Dat is ook precies de bedoeling.