In deel 1 ging het over het waarom. Lokaal beeld maken houdt je werk privé, kost niets per plaatje en geeft je een eigen stijl. Nu het hoe. Dit deel is een recept dat je kunt nakoken.
Je hebt een Mac met Apple Silicon nodig, een M1 of nieuwer. Een paar gigabyte vrije schijf. En twintig minuten voor de eerste keer.
Installeren
Bonsai komt met een kant-en-klare demo-omgeving van PrismML. Open een terminal en haal hem binnen.
git clone https://github.com/PrismML-Eng/Bonsai-Image-Demo.git
cd Bonsai-Image-Demo
./setup.sh
./scripts/download_model.sh
setup.sh zet de Python-omgeving op en installeert wat nodig is. download_model.sh haalt het model op. Standaard pakt het de ternaire variant, die een net iets betere kwaliteit geeft tegen een klein beetje extra grootte. Dat is de versie die ik gebruik.
De projectpagina’s staan op github.com/PrismML-Eng/Bonsai-Image-Demo, het model zelf op Hugging Face, en de achtergrond bij PrismML zelf op prismml.com. Wil je eerst proeven zonder iets te installeren, dan kan dat in hun online speeltuin.
Eén commando
Genereren gaat met één regel.
./scripts/generate.sh --prompt "een rustige keramiekstudio in ochtendlicht" \
--size 1280x880 --seed 42 --output outputs/studio.png
Klaar. Een PNG in de map outputs. De maat moet een veelvoud van 16 zijn. Ik gebruik drie vaste verhoudingen: 1024x1280 voor een staande hero, 1280x880 voor een kaartcover, en 1408x704 voor een brede artikelkop.
Ik wikkel dit zelf nog in een npm-script, zodat het beeld meteen geoptimaliseerd op de juiste plek in mijn site belandt. Dat is luxe, geen noodzaak. Het kale commando hierboven is genoeg om te beginnen.
Het geheim: één stijl vasthouden
Hier zit het echte werk, en het is verrassend simpel. Wil je dat al je beelden bij elkaar horen, schrijf dan één vast stijl-blok en wissel alleen de scène-regel. Dit is het blok dat ik voor deze site gebruik, in de risograaf- of zeefdrukstijl die bij het ontwerp past.
editorial risograph screenprint illustration, limited palette:
warm cream, deep ink black, vivid orange, cobalt blue, small
accents of sunny yellow. bold flat shapes, halftone grain, paper
texture, hard ink outlines, high contrast, negative space,
slightly imperfect print registration, analog feel, flat,
no photo, no 3d render
Voor elk beeld zet ik daar één zin vóór: het onderwerp. “twee werelden in één glas.” Of: “een haven bij zonsopkomst.” De rest blijft gelijk. Geef je er ook nog een vaste --seed bij, dan blijven de beelden onderling consistent in toon en compositie. Zo bouw je een serie die als familie aanvoelt in plaats van losse plaatjes.
Een ding om te onthouden: Bonsai leest kleurnamen, geen hexcodes. Schrijf “warm cream” en “cobalt blue”, niet #f4ecd8.
Sneller werken met de studio
Elke keer generate.sh draaien betekent elke keer het model opnieuw laden. Dat kost een paar minuten per beeld. Ga je een serie maken, start dan eerst de studio, een lokale achtergronddienst die het model warm in het geheugen houdt.
./scripts/serve.sh
Daarna duurt een beeld nog maar seconden in plaats van minuten. Voor één losse cover is dat niet nodig. Voor een galerij als hieronder wel.
Wat er kan
Bonsai is niet beperkt tot mijn risostijl. Het onderliggende model snapt natuurlijke taal, dus je beschrijft een scène zoals je hem zou uitleggen aan iemand, inclusief licht, hoek en sfeer. Hieronder eerst vier in mijn eigen stijl, daarna vier compleet andere richtingen, allemaal lokaal gemaakt.
Mijn stijl: een haven bij zonsopkomst.
Mijn stijl: twee werelden in één glas.
Mijn stijl: een machine die denkt.
Mijn stijl: de werktafel.
Fotorealistisch: zacht ochtendlicht, ondiepe scherptediepte.
Aquarel: lopende kleuren, papierkorrel.
3D-render: glanzend materiaal, studiobelichting.
Inkt: losse penseelvoering, veel wit.
Eén model, acht heel verschillende beelden. Het verschil zit volledig in de woorden.
Twee valkuilen
Ik wil je twee dingen besparen die mij tijd kostten.
Geheugen. Het model wil zo’n vier gigabyte vrij hebben. Draai je het op een volle Mac met weinig vrij geheugen, dan stopt het of kruipt het oneindig traag. Sluit eerst je zware programma’s.
En de belangrijke: stop de studio netjes. Doe nooit een harde kill -9 op een draaiend genereerproces dat de GPU gebruikt. Op een Mac kan dat de grafische laag in de war schoppen, en dan helpt alleen uit- en weer inloggen. Gebruik de nette stopknop van de studio. Klein detail, grote ergernis als je het mist.
In het laatste deel vertel ik waarom ik dit zo doe, wat het me oplevert en wat de echte lessen waren.
Dit is deel 2 van een drieluik over lokaal beeld maken met AI. Begin bij deel 1 of lees verder in deel 3: waarom ik het zo doe.
